Onze predikant


Verhalenverteller


In het laatste jaar van de middelbare school kwam de gedachte bij mij op om theologie te gaan studeren.
Alleen om aan de studie te gaan beginnen moest ik eerst over een grote hobbel heen klimmen, Latijn en Grieks.
Voordat ik me kon aanmelden voor de studie heb ik twee grammatica’s en lange rijtjes woorden in mijn hoofd gestampt.
Wat was mijn motivatie om nog twee klassieke talen gaan te leren? De boeiende en dwarse verhalen uit het Oude Testament!
In mijn eerste jaar aan de theologische faculteit in Utrecht sloeg ik met plezier de Hebreeuwse grammatica, de Hebreeuwse Bijbel en woordenboek open. De studie van lezen, bijbelse verhalen lezen was begonnen. Het grote en oude boek lag opengeslagen op de college-banken. Later volgden de colleges over het ontstaan van de HB, de geschiedenis van het Hebreeuwse schrift, de betekenis van woorden, de exegese en de analyse. Oude verhalen werden geopend.
Ook de verhalen van het Nieuwe Testament, de geschriften van de filosofen of de kerkvaders boeiden mij.

Na zes jaar studie studeerde ik met lezen van verhalen van de profeet Jeremia, de rabbi Jezus en de filosoof Spinoza af. Na het afstuderen heb ik me in geschreven voor de kerkelijke opleiding aan de theologische faculteit van Leiden.
Dat was een andere kerkelijke wereld in het Leidse. En ook hier boeiden mij de verhalen, de pastorale verhalen van mensen in ontmoeting met een pastor. De levensverhalen van mensen.
Tijdens de colleges pastoraat werd ik geleerd om te luisteren naar wat iemand zei. Een andere wereld gaat open.
Het werd pas echt spannend toen ik een korte ziekenhuisstage liep. Al denk je goed te kunnen luisteren je hoort niet altijd alles. Aan het slot van mijn kerkelijke opleiding heb ik een stage in de Walburga-kerk te Zutphen gelopen. Dat was drie maanden op pad met een predikant. Nu ging ik voor het eerst zelf de oude verhalen vertalen naar een (preek)verhaal voor de oren van een hedendaagse hoorder. Aarzelend en nerveus stapte ik de eerste keer achter de ouderling van dienst de met gas-kachels verwarmde kerk binnen. Op een oude hoge preekgestoelte vertelde ik mijn verhaal over de ontmoeting van David en Saul buiten een grot. Ik bezocht gemeenteleden en probeerde alle aanwijzingen uit de collegebanken toe te passen en tegelijkertijd de lijn van het gesprek vast te houden. Het werd een kleine chaos in mijn hoofd. Toch bleven flarden van het gehoorde verhaal in mijn herinnering hangen. In drie maanden had ik veel beleefd op het kerkelijk erf van de Walburga. Vaak verdwaalde ik in het stadje maar de weg naar de boekhandel wist ik precies te vinden.

Met mijn kerkelijk examen op zak ontdekte ik dat de kerk nog niet op een verhalenverteller zat te wachten. Via het uitzendbureau ging ik werken in een distributiecentrum van medicijnen en drogistartikelen. Nu mocht ik op de werkvloer uitgedaagd door mijn nieuwe collega’s mijn verhalen vertellen. Ik had geen preekstoel nodig. Na een jaar zoeken bracht de gemeente van de Irenekerk in Slikkerveer een beroep op mij uit. En in 1992 deed ik intrede in het witte kerkje in het groene park aan de dijk. Ik werd een beroepsverhalenverteller en verhalenluisteraar.
Uit de college-bank mocht ik werken in een kleine vrijzinnige gemeenschap in een reformatorisch dorp. Hier heb ik - met vallen en opstaan - het vak echt geleerd. De universitaire theoloog werd een dorpsdominee. In de week schreef ik verhalen of overwegingen achter mijn Mac. Ik ging op stap - op de fiets - door Ridderkerk. En als Rotterdammer van boven de rivier leerde ik “Zuid" kennen op weg naar de pastorale bezoekjes in het ziekenhuis.
Met de Rooms-Katholieke pastoor breidde ik oecumenische diensten voor. Samen verhalen vertellen!
En ik leerde luisteren naar de geloofsverhalen tijdens de gesprekskringen over geloof, bijbel en samenleving.
Het spannendste in het werk ontdekte ik in ontmoetingen met gemeenteleden in en rond de kerk dat je als gelovige individuen samen op pad bent. Ieder heeft haar/zijn eigen weg en toch samen.
Op mijn veertigste verjaardag werd ik gebeld door de beroepingscommissie uit Zevenkamp dat zij mij wilden beroepen.
Na tien jaar ging ik weer terug naar Rotterdam. Kwamen Jacqueline en ik ooit met twee busjes volgeladen naar Ridderkerk. Nu waren er drie verhuiswagens om spullen van ons en de kinderen - Charlotte en Philip - nodig voor de trip naar Ommoord. Van het groene Slikkerveer naar een grote buitenwijk van Rotterdam, van een dorpse sfeer naar een stadswijk.
Ook hier vertellen mensen je verhalen en mag je op zondag je verhaal vertellen. En toch even iets anders! Ondanks dat de Ontmoetingskerk middenin de wijk staat weten de 7kampers vaak niet dat in hun wijk een kerk staat. Ik luisterde naar een andere geloofstaal van de kerkleden. Bij het verhaal voor de kinderen zaten weer kinderen om mij heen op het podium in de zondagse eredienst. Hier ontdekte ik dat je samen met gemeenteleden korte of langdurige projecten kunt opzetten. Soms lukte het en soms ook niet.
Een kunstenares en ik hebben samen een buitenschoolse activiteit - de Buskesschool en de Ontmoetingskerk vormen één gebouw - op gezet, Bijbel- en Schilderles. De dominee vertelt een bijbelverhaal aan de schoolkinderen en onder leiding van de kunstenares gaan de kinderen, tekenen, verven of schilderen. Het resultaat - elke keer weer - prachtige kunstwerken. Een succesverhaal! Met de (school)kinderen een kliederdienst vieren dat doe ik alleen nog in de kerstavond.

Het boeiendste in het werk - in Slikkerveer, Zevenkamp en vanaf zondag in Krimpen - vind ik samen met elkaar als gelovigen op pad gaan. Het met elkaar erop wagen! Op een dag hoort Abraham een stem, "Trek weg uit uw land". Hij geeft gehoor aan die stem en gaat. Hij vertrouwt zich toe aan die stem, die zal hem de weg wijzen. Welke stem? Abraham verbindt die stem met God, vertelt het bijbelverhaal. Misschien kun je ook wel zeggen: met zoiets als verwachting. De verwachting dat de toekomst iets in zich draagt dat zich onttrekt aan onze eigenmachtigheid. Abraham kan er niets aan regelen of organiseren. ‘Maar het wordt geboren als je onderneemt wat je te doen staat’ .Zo gaat Abraham op weg.
Ook wij gaan met elkaar op pad. Op deze tocht wil ik als mede-reisgenoot uw verhalenverteller en verhalen-luisteraar - en natuurlijk nog veel meer - zijn! Een gezamenlijk trektocht!

Jils Amesz
terug