Wekelijkse overdenking


Wachten

Abram en Sarai wachten. Wachten. Het is niet onze favoriete bezigheid.
Het schuurt, het vertraagt, het confronteert. Hoeveel geduld kun je eigenlijk opbrengen?
Abram en Sarai wachten al jaren. Jaren sinds die roeping. Jaren van belofte.
Jaren van hopen. Jaren van wachten.

Er zijn indrukwekkende dingen gebeurd in de tussentijd. Beloften over land, zegen, overvloed.
Woorden vol toekomst. God is begaan met Abram. En toch—juist midden in dat alles— breekt er iets.
Het wachten wordt te zwaar. Het geduld raakt op.

Wat heeft het eigenlijk voor zin, dat wachten? Mooie woorden, prachtige beloften… maar straks, zo denkt Abram, sterf ik kinderloos.
Wat blijft er dan over? Hij bidt. Zijn gebed klinkt als een klacht. Abraham, vader van alle gelovigen— maar vader van wie dan?
Zo herkenbaar. Abram wordt niet geroepen omdat hij de beste is, niet omdat hij boven de rest uitsteekt.
En God trekt niet met hem op omdat Abram alles klakkeloos gelooft of altijd het juiste doet.
Nee, God gaat met een mens die wacht, struikelt, twijfelt en vragen stelt.

Dan volgt het gebedsgesprek. Een dialoog, midden in het wachten. Abraham staat daar namens ons.
Geloof is geen bezit dat je even in je zak steekt. Dit gesprek laat zien hoe weerbarstig geloof is.
Het is nacht. Donker. Teleurstelling hangt in de lucht. Abram is in de wanhoop.
Stikdonkere nacht. Wie die nacht niet aandurft, zal het licht niet zien doorbreken.

Wachten legt het verschil bloot tussen woorden en daden. Hoe zit het met Gods belofte?
Abram leert ons dit: hij neemt Gods belofte bloedserieus. Hij is niet half tevreden.
Ja, hij is rijk, gezien, gezegend—maar diep vanbinnen knaagt het wachten.
Een gevuld leven, maar een onvervulde belofte.

God geeft geen commentaar op Abrams klacht. Geen uitleg. Geen tijdschema.
Alleen opnieuw de belofte. En dan nodigt God hem uit: naar buiten. Abram komt er zelf niet uit; hoe groot zijn
geloof ook is, God moet het aan het licht brengen. Naar buiten.
De nacht in. ‘Abram, kom eens mee. Ik wil je iets laten zien.’

Het is nacht. Maanlicht. Sterrenlicht. En juist daarom gaat Abram mee naar buiten. ‘Kijk omhoog.’ Kijk naar de sterren.
Kijk nog eens. Zó groot wordt jouw familie. De belofte klinkt opnieuw—niet meer, niet minder.
Geen “volgend jaar”, geen datum, geen zekerheid die het wachten opheft. Nee. Abram moet blijven wachten.
Wachten tot God doet wat Hij heeft beloofd.

Sterren tellen. De sterren vertellen. Abram kijkt, sprakeloos. Zonder woorden stemt hij toe.
Hij gelooft God op zijn woord. In de sterren vindt hij God terug, zoals mensen dat doen in bloemen, wind, zee—in het zachte en het overweldigende. Eén klein mens in een onmetelijk heelal.
Niet verloren, maar gezien. Op zijn plaats.

Sterren tellen.
Kijk naar de hemel. Geloof is ontdekken wie God is: de Schepper van hemel en
aarde, de God die zegt: ‘Er zij licht.’ Groter dan wij ooit kunnen bevatten.
Geen nieuwe belofte - maar wel een nieuw perspectief. Je kijkt anders.
Wachten verandert je blik.

Groet. 
Ds. Jils Amesz, ds@wingerdkrimpen.nl
terug

Agenda

Werkgroepenoverleg

wo 04 feb 2026 om 19:45 uur

Marko Kalkman oefenen

do 05 feb 2026 om 13:00 uur

ds J.G. Amesz aanwezig

vr 06 feb 2026 om 09:30 uur

Onze predikant


      
ds. J. Amesz   
tel: 06 391 39 391

 

Wingerdnieuws

       
                  
Wingerdnieuws                             Liturgie                                                                    

programma V & T

Volg ons via

                
kerk tv   
 

Verhuur



  

×